BMI
De BMI, de body mass index, is een maatstaf voor de juiste balans tussen lichaamslengte en lichaamsgewicht. Geslacht speelt mee omdat vrouwen meer vetcellen met zich mee dragen dan mannen. De BMI wordt veel gebruikt om een indicatie te krijgen of er sprake is van overgewicht.
De BMI kan niet gebruikt worden als betrouwbare maat voor overgewicht bij een individu, aangezien individuele verschillen in lichaamsbouw niet in de berekening worden meegewogen (verhouding van spier-, bot- en vetweefsel). In de geneeskunde wordt desondanks de BMI wel veel gebruikt. In de dagelijkse medische praktijk is de BMI goed bruikbaar en voldoende betrouwbaar. Dit geldt vooral bij grotere afwijkingen zoals ondergewicht en overgewicht.
De waarde is gelijk aan het gewicht van de persoon (in kilogram) gedeeld door het kwadraat van de lengte (in meter):
BMI = massa/lengte²
Bijvoorbeeld: een persoon van 90 kg en een lengte van 173 cm:
BMI = 90/1.73² = 90/2.9929 = 30.07
Interpretatie van de BMI voor volwassenen:
| INDEX (kg/m²) | INTERPRETATIE |
| minder dan 18,5 | ondergewicht |
| 18,5 tot 24,9 | normaal gewicht |
| 25 tot 26,9 | licht overgewicht |
| 27 tot 29,9 | matig overgewicht |
| 30 tot 40 | ernstig overgewicht |
| meer dan 40 | ziekelijk overgewicht |
BMI berekenen:
|
Vul je gewicht in kg |
Vul je lengte in cm |
|
Je BMI is: |
